In de put.

 

Schoolpleinen en putten…. Meestal geen goede combinatie. Er zitten altijd dingen in die er niet in horen. Zand uit de zandbad, stokjes, zwerfvuil, steentjes, knikkers en meer van die dingen. Vaak per ongeluk daar terecht gekomen, maar nog vaker door kleine kleutervingertjes erin gepropt!

Zo ook op ons plein. Met als gevolg dat er na elk klein regenbuitje direct grote plassen ontstaan. Plassen waar je dan wél weer heerlijk in kunt spelen. Een geluk bij een ongeluk!

Vandaag namen we een grote doos stoepkrijt mee naar buiten. De saaie plas toverden we om in een prachtige regenboogplas. De hele doos krijt verdween in het water.

Als je heel voorzichtig met een stokje door het gekleurde water ging kon je de mooiste vormen maken. Het rode en blauwe krijt zorgde samen voor paars water en door wild te roeren kreeg je lekkere bruine soep!

Bij de gele plas was zoveel krijt gebruikt dat er rondom de plas een soort verflaag lag, perfect om een spoor mee te maken.

In de middag was al het water weer verdwenen. In de put. Maar overal op het plein zagen we nog de vrolijke sporen van onze kleurrijke ochtend!

 

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

 

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

 

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

 

IMG_3431.JPG

 

 

Advertenties

In de buurt

Een tijdje terug maakten we een eerste lentewandelingetje door onze buurt. De buurt van onze school en de buurt waar de meeste kinderen én ikzelf wonen. De zon scheen en eindelijk konden we naar buiten zónder mutsen, dikke sjaals en warme wanten. De echte winterkou was voorbij!

In het park maakten we een rondje en wat was er al veel te zien! Er bloeiden sneeuwklokjes en krokussen en ook de narcissen bloeiden bijna. De takken van de forsythia en de gele kornoelje zaten vol met gele bloesem en ook de magnolia zat vol knoppen. We zagen en hoorden koolmeesjes en merels, zagen een aalscholver zitten in het zonnetje en we keken naar de meeuwen die op een rijtje op een hek zaten. En in het slootje vlakbij school, zwommen eenden, meerkoeten en een waterhoentje.

Ik vertelde over de vogels en dat wanneer je stil bent je ineens veel meer vogeltjes hoort zingen. Dat wanneer je een narcis plukt, je wel een jaar moet wachten tot er weer een nieuwe bloem komt. En dat je niet moet rennen door het krokusveldje omdat ze dan stuk gaan en niemand er meer van kan genieten. Het was een fijne buitenles.

Terug op school praatten we nog wat na over de wandeling en maakten sommige kinderen er mooie tekeningen over.

Aan het eind van de dag toen ik door het park naar huis fietste, kwam ik één van mijn kleuters tegen. Samen met z’n oudere broer rende hij door het park. Toen hij mij zag riep hij al van verre dat hij z’n broer de sneeuwklokjes ging laten zien. En later thuis, toen ik vanachter het raam het park in keek, zag ik in de verte nóg een kleuter. Met z’n grote nicht maakte hij een wandelingetje door het park. Aan z’n gebaren kon ik zien dat hij haar vertelde over de krokussen. Hij deed voor hoe je er heel voorzichtig tussendoor kunt lopen zonder de bloemetjes te beschadigen. Toen zijn oog viel op een paar narcissen die al wel in bloei stonden, kon hij de verleiding niet weerstaan en plukte hij toch heel voorzichtig één bloem.

Wat is het toch leuk om dicht bij je werk te wonen!

 

 

 

De bedoeling

Zo vaak zie ik dingen in mijn kleutergroep gebeuren die eigenlijk niet de bedoeling zijn. Of die beter gezegd niet míjn bedoeling zijn. Maar die overduidelijk wél de bedoeling van creatieve, enthousiaste, lerende, ontdekkende, betrokken en genietende kleuters zijn. En wie ben ik om daar dan iets van te zeggen!

 

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Kleien moet aan tafel, klei op de onderlegger. Maar ja, dan droogt de spaghetti niet goed. Die moet namelijk hangend drogen, dat hadden we net geleerd tijdens het thema ‘Het Italiaanse restaurant’.

 

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Het is eigenlijk de bedoeling dat je het kwastje steeds netjes afstrijkt en niet teveel plaksel gebruikt….. Maar wat is het fijn om te experimenteren en daar wel twintig minuten helemaal in op te gaan.

 

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Het afwasteiltje van de watertafel was verdwenen. Het bleek dienst te doen als taartvorm in de zandtafel. Niet de bedoeling maar wat een heerlijke zandtaart was erin gebakken. Feestje bij de zandtafel.

 

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Dit was ook niet de bedoeling. Maar die plankjes zijn toch net ski’s en die kralen vragen er toch om eens lekker door elkaar gehusseld te worden? En wat een ontdekking: de stiften passen allemaal precies in elkaar! Het werd een leuke wedstrijd/rekenles: wie maakt de langste stift?

 

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Niet de bedoeling maar ineens was het er! Onderbroekenlol. Na fijn geknutseld te hebben bleken de restjes papier zomaar de vorm van een onderbroek te hebben. Hilariteit alom!

De combinatieklas.

Woensdag veertien februari. Valentijnsdag. Door ziekte, studiedag en carnaval hadden mijn kleuters en ik elkaar ruim een week niet gezien. Het was een vrolijk weerzien, met blije gezichten, omhelzingen en gezelligheid. We waren blij elkaar weer te zien!

Het was ook de dag waarop de dames de Olympische duizend meter zouden schaatsen en één van de Nederlandse schaatsers zijn gouden medaille omgehangen zou krijgen.

Valentijnsdag, de Olympische 1000 meter schaatsen voor dames, een medailleceremonie en 27 kleuters, dat moest te combineren zijn leek mij.

We begonnen de dag met liefde! Veel liefde, in de vorm van honderden hartjes die we door middel van een hartjesconfetti kanon ons lokaal inschoten. De toon was gezet, dit werd een heerlijke dag! Daarna knipten we heel veel harten uit roze, rood en paars papier waarna we er een slinger van maakten die we voor het raam hingen. Toen de slinger hing bliezen we er handkusjes in zodat we de rest van de week nog wat extra liefde in onze klas zouden voelen.

Tegen elven deed ik het digibord aan en gingen we er eens goed voor zitten. Vol bewondering keken de kinderen naar de ceremonie. Er was van alles te zien, van alles te vragen en van alles te leren. Dat het goud altijd voor de winnaar is, wisten de meeste kinderen wel. Maar waarom dragen alle Nederlandse sporters eigenlijk oranje? Waarom zingen ze een lied en welk lied is dat dan en waarom doen ze nu hun muts af? (“Juf! Kén jij dat lied? Wil je het nog een keertje zingen?”)

Na de ceremonie begon de duizend meter. Het werd een mooie wedstrijd. Aan het begin van elke rit bekeken we de vlaggen die op het ijs geprojecteerd werden, de Japanse met de rode zon, die van Canada met het rode blad en natuurlijk onze eigen Nederlandse driekleur. We waren muisstil tijdens de start en luisterden in opperste concentratie naar het startschot. Een valse start sprak tot de verbeelding “want dat is niet eerlijk”, dus logisch dat de schaatssters opnieuw moesten starten. Alle schaatssters werden enthousiast aangemoedigd en ná elke rit keken we of de tijd ‘rood of groen’ was en werd er geapplaudisseerd wanneer er een groene tijd verscheen. Groen was voor de beste, de snelste, voor de winnaar van de rit. En wat een geluk hadden we: de àllerbeste was een Nederlandse!

Al schaatsend over de gladde vloer in de gang gingen we daarna, alsof we zelf winnaars waren, richting het schoolplein. Morgen weer een medailleceremonie, morgen weer een combinatieklas!

IMG_0831

 

 

 

 

Schoolreis

“Als je goed kijkt ligt het onderwijs voor het oprapen!” Elke dag opnieuw kan ik me hier weer over verbazen. Hoe weinig ik eigenlijk nodig heb om mijn werk te kunnen doen, alles is er, altijd, overal.

Afgelopen week bijvoorbeeld, de dag voordat we op schoolreis gingen. Voor zo’n dag moet er van alles geregeld worden. Dat zou ik na schooltijd in mijn eentje kunnen doen natuurlijk, maar ik besloot er deze keer een hele dag voor uit te trekken. Samen met mijn kleuters. Het werd een zinvolle, leerzame én productieve dag.

We begonnen ’s ochtends met het maken van ‘groepjes’.

Ik maakte briefjes met de namen van de moeders die mij tijdens de schoolreis zouden ondersteunen en zich over een groepje kinderen zouden ontfermen. Daarna bespraken we wie er in welk groepje wilde, of misschien wel moest. Want we kwamen er al snel achter dat het niet echt verstandig is om bijvoorbeeld alle ‘kleintjes’ bij elkaar in een groepje te plaatsen. Er volgde een mooi gesprek over wat ‘verstandig’ eigenlijk is, wie al schoolreis-ervaring had en wat we voor elkaar konden betekenen tijdens de schoolreis.

Het verdelen van de kinderen was daarna zo geregeld. Iedereen was tevreden over zijn of haar schoolreisgroepje en wie wilde schreef zijn naam op het briefje van zijn of haar groepje. Sommigen deden dat uit hun hoofd, anderen gebruikten het voorbeeldkaartje. Voor andere kleuters schreef ik de naam op en weer een ander zei niks maar krabbelde later toen niemand keek toch snel z’n naam op één van de briefjes!

Daarna zochten we de school-Tshirts uit en maakten we twee stapeltjes, één met maat 116 en één met maat 128. Elk labeltje werd nauwkeurig bestudeerd en de T-shirts met een andere maat werden weer opgevouwen en gingen terug in de bak.

De rozijnen werden verdeeld, voor elke kleutergroep evenveel. Steeds opnieuw werden de doosjes geteld en toen we er zeker van waren dat het klopte deden we ze in vijf zakken, voor elke kleutergroep één, en legden ze bij T-shirts.

Er restte nog één klusje: de instructiebrieven voor de moeders moesten nog voorzien worden van namen. Genoeg gegadigden natuurlijk! Nadat op alle brieven ‘mama van …’ was geschreven waren we klaar.

En zo lagen er aan het eind van de dag keurige stapeltjes met T-shirts, briefjes met de groepsindeling, brieven voor de moeders en zakjes met rozijnen op de tafel. We keken ernaar en waren dik tevreden. Dat hadden we toch maar mooi met z’n allen geregeld. We kunnen op schoolreis!

 

 

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

 

 

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

 

 

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

 

 

 

 

 

Niks doen (2)

“Die laatste weken voor de zomervakantie, dan doen jullie toch eigenlijk niks meer?” Regelmatig wordt mij deze vraag gesteld. Maar niets is minder waar! Bergen werk worden er deze dagen verzet.

Al een week of twee stond de bestelling voor het nieuwe schooljaar in het gangetje bij de teamkamer. Dozen vol met vouwblaadjes, emmertjes schone klei, potloden, schilderpapier, scharen en kwasten. Hoog opgestapeld stonden ze geduldig te wachten op iemand. Iemand die tijd had deze berg werk te verzetten.

Gisterochtend en vandaag hadden we tijd, mijn kleuters en ik.

 

 

Eerst sjouwden we de dozen naar een ruimer gedeelte op de gang. 

 

 

Met een schaar knipten we dozen open en haalden er de pakbonnen eruit.

 

 

Alles werd uitgepakt, geteld en gesorteerd. 

 

 

En daarna delen door drie, voor elke kleutergroep evenveel. 

 

 

De kwasten en plakfiguren werden geduldig op maat en vorm gelegd en daarna ook eerlijk verdeeld.

 

 

De laatste vouwblaadjes en kwasten worden weggewerkt. Klus geklaard!

De laatste twintig minuten van de dag keken we naar een filmpje van Pippi Langkous. Daar waren we wel aan toe: even uitblazen en ‘niks doen’!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een los schaap.

Dit schooljaar waren er ongeveer élke vakantie werkzaamheden in ons schoolgebouw. Alles werd zoveel mogelijk in die vakanties gepland, maar dat betekende niet dat al die werkzaamheden geruisloos en zonder slag of stoot aan ons voorbij gingen.

Er werden systemen aangebracht waardoor de lucht in school schoner zou worden. Doordat die systemen onverwacht meer ruimte in namen dan de bedoeling was, leverde dat weer nieuwe werkzaamheden op. Digiborden werden verplaatst, overvolle inpandige kasten moesten ontruimd worden omdat daar ineens grote buizen met schone lucht geplaatst werden. Daarnaast werd het meubilair in etappes vervangen, kwam er overal nieuwe verlichting en kregen we moderne keukentjes in de lokalen. Kortom, voor en na elke vakantie stonden wij kasten uit en in te pakken, keukenkastjes te ontmantelen, sjouwden we oude tafeltjes en stoeltjes de school uit, verplaatsten we meubilair zodat er door de werklui vrijuit gewerkt kon worden én versleten we tientallen verhuisdozen!

We waren er druk mee. Soms offerden we een vakantiedag op om alvast wat puin te ruimen en dozen uit en kasten in te pakken. Soms lieten we ons verrassen en begonnen we de maandag na een vakantie gewoon maar tussen de dozen of andere ‘ongeregeldheden’.

En zo ging het afgelopen maandag ook. Ik opende de deur na een weekje Pinkstervakantie en daar stonden ze hoor: vier nieuwe kasten. Over het hoofd zien was onmogelijk, ze stonden pontificaal midden in het lokaal. Op de tafels eromheen stond de inhoud van de oude kasten, voor de vakantie door mij en een paar behulpzame moeders daar neergezet.

Ik schoof de kasten aan de kant en zorgde ervoor dat ik mijn 27 kleuters in elk geval een zitplaats kon aanbieden door de bankjes van de kring op hun plek te zetten. De rest kwam later wel.

Toen iedereen er was kletsten we wat met elkaar over onze Pinkstervakantie en daarna vroeg ik me hardop af hoe we die kasten toch zo snel mogelijk ingericht en voorzien van planken op hun plek konden krijgen. Meteen werd duidelijk dat ik dit niet alleen hoefde op te lossen!

Ideeën te over. De planken in de kast leggen was echt niet moeilijk. Een hamer en een spijker heb je nodig. Een ander dacht aan schroeven. En weer iemand anders bedacht dat je eerst een touwtje spant en daar dan de plank op legt.

Onderin de kasten waren spannende zakjes met ‘dingetjes’ geplakt. Het leken wel kleine lepeltjes of iets om mee te boren. Na een korte inspectie van de zakjes wist iemand te vertellen dat je die dingetjes nodig hebt om de plank mee te bevestigen. Een dingetje dat een plank kan dragen, een plankdrager dus!

Bovenop de kast lagen pakketten. Met een brief.
We bestudeerden samen de brief en herkenden de naam van onze school. Fijn, de kasten zijn écht voor ons! Maar ook benoemden we de getallen op de bon en herkenden we de letters van onze namen.

Samen onderzochten we daarna de pakketten. Daar moesten wel de planken inzitten gezien de maten van de pakketten en de grootte van de kasten.

Iemand las voor wat er op het etiket stond: “l o s – s ch aa p”. De ‘a’ werd als ‘aa’ gelezen wat voor grote hilariteit zorgde. Een schááp! Nee dat zat er echt niet in, dat zag je meteen. Samen lazen we opnieuw de twee woorden en concludeerden dat er ‘los scháp’ stond. Er zaten scháppen in het pakket, schappen die eruit zagen als planken, een schap is dus een soort plank!

We pakten de plankdragers erbij, “je hebt er vier nodig juf, anders wiebelt het” en bedachten dat die dingetjes eigenlijk anders zouden moeten heten, want ze dragen schappen en geen planken. Voor de zekerheid zochten we dat nog even op en inderdaad, er zijn plankdragers en er zijn schapdragers.

Tevreden over zoveel verstand van zaken rondden we onze klus af. Buiten scheen de zon. Na al dat harde werken was het de hoogste tijd om mijn 27 schaapjes los te laten op het schoolplein!

 

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.