Hij is fan van Ajax.

Hij is fan van Ajax.

Hij is zes jaar en zit in groep 2.
Hij was erbij toen Ajax in de Johan Cruijff Arena Juventus versloeg. Juventus! Vol vuur vertelt hij hoe Ajax de beker won en vier doelpunten scoorde. “Vier juf, wel vier hè!” Hij kan niet wachten tot woensdagavond. Want dan moeten ze tegen ‘Totten…eh…spurs’. Hij gaat kijken. “Dat mag ik van mijn vader!”

Hij is fan van Ajax.

Hij houdt van voetbal en van bewegen. Hij ligt liever op de grond als ik een verhaal voorlees of hangt ondersteboven op de bank als we in de kring een spelletje doen. Stilzitten vindt hij niks.

Slenteren door de klas en rondjes lopen door de hal, daar houdt hij van. Van hier en daar een praatje maken. En intussen vergeten waar hij eigenlijk mee bezig was. Van opdrachten en taakjes van de juf moet hij niks hebben. Kijkt gewoon de andere kant op als de juf zijn naam noemt. Of nog vaker moet hij ineens héél nodig plassen. Soms wel twintig keer per dag. En opruimen daar doet hij al helemaal niet aan.

Hij is fan van Ajax.

Of hij een voetballer wilde maken van ‘hamertje-tik’, vroeg ik hem. Een Ajax-voetballer misschien? Dat wilde hij wel en hij wist ook meteen welke speler het moest worden: “Lasse Schöne, want die is echt goed!”

Gemotiveerd ging hij aan de slag. Zocht geconcentreerd naar rode en witte figuurtjes, telde het aantal spijkertjes dat hij nodig had en overlegde met mij over de grootte van het hoofd. Want het moest wel lijken natuurlijk!

Toen het af was maakten we er twee kopieën van. Eén om in de kring op te hangen en één om mee naar huis te nemen.

Daarna schreef hij op een strook papier ‘LASSE SCHÖNE’. Na een paar keer de naam ‘Lasse’ uitgesproken te hebben herkende hij letters van zijn eigen naam. Zelfverzekerd schreef hij de L en de A. “Makkie, die zijn van mijn naam!” De S kon hij ook: “Die weet ik gewoon.” ‘SCHÖNE’ bleek lastiger maar hij liet zich niet uit het veld slaan. Als juf het even voorschreef dan kon hij het naschrijven.

Hij was nog niet klaar. “Ik weet zijn nummer, dat moet er ook bij!” Hij zocht de cijferstempels, het stempelkussen en een blaadje en stempelde het nummer. Hij schreef bij het nummer nóg maar een keer de naam van Lasse. Voor de zekerheid.

Hij is fan van Ajax.

Hij werkte aan één stuk door. Gemotiveerd, geconcentreerd, gefocust. Ging nul keer naar het toilet. Wist heel goed waar hij mee bezig was. Liet zich door niets of niemand afleiden. Zelfverzekerd en trots.

Hij is fan van Ajax.

En ik van hem!

 

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.