Drie kwartier

Het is maandag. Een maandag met wind. Met zon én regen. Met blauwe luchten én donkere wolken. September.

Op maandagochtend spelen we buiten van negen tot kwart voor tien, drie kwartier. Omdat we ons schoolplein moeten delen met zes kleutergroepen van de buurschool én twee groepen van een voorschool, kunnen we niet altijd zomaar even naar buiten en hebben we ons (een beetje) te houden aan een rooster.
Zo ook afgelopen maandag. Een septembermaandag met regen, zon, wind, blauwe luchten en donkere wolken.

Ons schoolplein is eigenlijk een beetje een rommeltje. Het is nog niet wat het zijn moet. De school staat midden in een soort bouwput, rondom staan hijskranen, rijden graafmachines af en aan en is er voortdurend werk in uitvoering. En op dagen als vandaag is er ook veel water. Water dat na een regenbui in grote plassen op het schoolplein blijft liggen.

Maar het is ‘onze’ tijd, dus jassen aan en gaan! Buiten spelen!

Er werd gespeeld met stoepkrijt. Aan de rand van de plassen werden de mooiste kleuren gemend en stoeptegels veranderden in kleurige kunstwerken. In de ‘verf’ die na het mengen ontstond werden allerlei  figuren en letters getekend en geschreven. En op de roze en paars gekleurde stoeptegels werd een unicorn-clubje opgericht, alleen toegankelijk voor kinderen met unicorn-laarzen en schoenen in bijpassende kleuren.

In de grootste waterplas lieten we bootjes drijven. En ontdekten we dat dat alleen kon wanneer de plas diep genoeg was. Bootjes volgelopen met water en modder drijven ook niet, die zinken meteen naar de bodem van de plas. We keken naar de wolken om te bepalen van welke kant de wind kwam en zagen dat de bootjes eigenlijk ‘de andere kant’ opwaaiden.

Bij een andere plas deden we wie het verst kon springen zonder natte voeten te krijgen en zagen we weerspiegelingen van de donkere wolken boven ons in de plas.

En toen het ineens héél hard ging regenen zochten we een plek om droog te blijven: we schuilden voor de regen. We moesten wel dríe keer schuilen deze ochtend! Aan het eind van de regenbui liepen we weer naar buiten en werden we zomaar getrakteerd op een prachtige regenboog!

Inmiddels liep onze buitenspeeltijd ten einde en was het tijd om naar binnen te gaan. Drie kwartier gespeeld, geleerd en keihard gewerkt aan ontelbaar veel doelen. Gewoon op het schoolplein, in de wind. Met zon en regen. Met blauwe luchten en donkere wolken. En een regenboog toe!

 

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

 

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

 

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

 

IMG_E5706

Hij is fan van Ajax.

Hij is fan van Ajax.

Hij is zes jaar en zit in groep 2.
Hij was erbij toen Ajax in de Johan Cruijff Arena Juventus versloeg. Juventus! Vol vuur vertelt hij hoe Ajax de beker won en vier doelpunten scoorde. “Vier juf, wel vier hè!” Hij kan niet wachten tot woensdagavond. Want dan moeten ze tegen ‘Totten…eh…spurs’. Hij gaat kijken. “Dat mag ik van mijn vader!”

Hij is fan van Ajax.

Hij houdt van voetbal en van bewegen. Hij ligt liever op de grond als ik een verhaal voorlees of hangt ondersteboven op de bank als we in de kring een spelletje doen. Stilzitten vindt hij niks.

Slenteren door de klas en rondjes lopen door de hal, daar houdt hij van. Van hier en daar een praatje maken. En intussen vergeten waar hij eigenlijk mee bezig was. Van opdrachten en taakjes van de juf moet hij niks hebben. Kijkt gewoon de andere kant op als de juf zijn naam noemt. Of nog vaker moet hij ineens héél nodig plassen. Soms wel twintig keer per dag. En opruimen daar doet hij al helemaal niet aan.

Hij is fan van Ajax.

Of hij een voetballer wilde maken van ‘hamertje-tik’, vroeg ik hem. Een Ajax-voetballer misschien? Dat wilde hij wel en hij wist ook meteen welke speler het moest worden: “Lasse Schöne, want die is echt goed!”

Gemotiveerd ging hij aan de slag. Zocht geconcentreerd naar rode en witte figuurtjes, telde het aantal spijkertjes dat hij nodig had en overlegde met mij over de grootte van het hoofd. Want het moest wel lijken natuurlijk!

Toen het af was maakten we er twee kopieën van. Eén om in de kring op te hangen en één om mee naar huis te nemen.

Daarna schreef hij op een strook papier ‘LASSE SCHÖNE’. Na een paar keer de naam ‘Lasse’ uitgesproken te hebben herkende hij letters van zijn eigen naam. Zelfverzekerd schreef hij de L en de A. “Makkie, die zijn van mijn naam!” De S kon hij ook: “Die weet ik gewoon.” ‘SCHÖNE’ bleek lastiger maar hij liet zich niet uit het veld slaan. Als juf het even voorschreef dan kon hij het naschrijven.

Hij was nog niet klaar. “Ik weet zijn nummer, dat moet er ook bij!” Hij zocht de cijferstempels, het stempelkussen en een blaadje en stempelde het nummer. Hij schreef bij het nummer nóg maar een keer de naam van Lasse. Voor de zekerheid.

Hij is fan van Ajax.

Hij werkte aan één stuk door. Gemotiveerd, geconcentreerd, gefocust. Ging nul keer naar het toilet. Wist heel goed waar hij mee bezig was. Liet zich door niets of niemand afleiden. Zelfverzekerd en trots.

Hij is fan van Ajax.

En ik van hem!

 

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.