Pareltjes aan het schoolhek.

Kleuters die zich verwonderen. Ze doen het de hele dag door. Het is zoiets vanzelfsprekends voor jonge kinderen. Soms valt hun verwondering mij ineens weer extra op. Zoals afgelopen week tijdens het buitenspelen in de kou. Aan het lange schoolhek hingen rijen druppels te glinsteren in de ochtendzon. Een paar kinderen die in de buurt van het hek speelden hadden ze ook zien hangen en raakten de druppels aan zodat ze op de grond vielen.

Even later liepen dezelfde kinderen ineens heel behoedzaam en met een uitgestoken vinger heen en weer.

Toen ik kwam kijken zag ik dat ze met hun vingers steeds heel voorzichtig één druppeltje aanraakten. En als je dat maar voorzichtig genoeg deed, bleef zo’n druppel als een pareltje op je vingertop liggen.

Vol verwondering bleven ze zo nog een tijdje in de weer met de druppels. Letterlijk en figuurlijk mooie pareltjes aan het schoolhek!

Deze slideshow vereist JavaScript.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De gelukkige klas.

Soms word ik zo gelukkig van mijn werk! Vandaag bijvoorbeeld.

Gisterochtend en en ook vanochtend nog, begroetten de meeste kinderen en ouders mij met een ‘gelukkig nieuwjaar’. Elkaar een hand geven en goedemorgen wensen doen we elke dag, maar nu kwamen daar deze twee woorden bij.

Vanochtend in de kring stonden we stil bij die woorden. ‘Gelukkig nieuwjaar’ zeggen: waarom doe je dat en wat betekent het eigenlijk? Wat is geluk? Ben jij gelukkig? Wanneer ben je gelukkig?

Een paar kinderen konden precies omschrijven hoe je je voelt als je gelukkig bent: je voelt je goed en je bent blij. Vaak ontaarden vragen als ‘waar word je gelukkig of blij van’ in het opnoemen van allerlei materialistische wensen. Maar vandaag niet! Het materialistische gedeelte bleef beperkt tot ‘ik ben gelukkig als ik een cadeau krijg, naar een pretpark ga of naar het theater’.

Gelukkig ben je pas écht als je met je grote broer voetbalt, alleen met mama thuis bent, mama met jou met de Lego speelt, als je bij oma mag logeren en ze de lekkerste couscous van de hele wereld heeft gekookt. Of wanneer papa je heel hoog in de lucht tilt, je eindelijk jarig bent of naar het diepe bad mag bij zwemles. Als je kunt doen wat je wilt, je gewoon maar wat aan het niksen bent, als je kleine broertje eindelijk slaapt en jij ongestoord met je speelgoed kunt spelen! Dan ben je gelukkig.

Alle geluksmomenten schreef ik met een zilveren stift op een groot blauw vel. We hingen het naast de deur van onze klas.

Wij zijn een gelukkige klas en iedereen mag het weten!

 

 

Dag Sinterklaasje!

Hoewel hier thuis ons hartje nog vol verwachting klopt, staan de Sint-spullen op school alweer op de bovenste plank in de berging!

Het feest op school was als vanouds!

In de klas schilderden de kinderen Sint en zijn Pieten in alle kleuren van de regenboog. We zongen van ‘Zie ginds komt de stoomboot’ en ‘zijn Piet staat te lachen en roept naar de kant: “Ik heb genoeg snoepgoed voor heel Nederland!”‘

De kinderen vertelden mij dat Zwarte Piet ook wit kan zijn of bruin of welke kleur ze maar willen. En dat we dus maar beter gewoon ‘Piet’ kunnen zeggen.

We bakten pepernoten en ik kon de weegschaal weer eens niet vinden. Ze smaakten daarom nergens naar, maar dat weerhield ons er niet van ze tot de laatste kruimel op te eten.

We leerden dat pepernoten eigenlijk kruidnoten heten, echte pepernoten kleine stukjes taaitaai zijn en dat de tabberd de paarse rok onder Sint z’n witte jurk is.

En gisteren stonden we weer met z’n allen zenuwachtig op het plein waarbij ik zweterige handjes van gespannen kleuters vasthield en ouders gerust stelde: “het komt goed, als ze bang is mag ze bij mij op schoot!” en “als het echt niet gaat dan bel ik hoor!”.

De pieten waren grappig, deden kunstjes en waren zwart ván het roet. Sinterklaas deelde cadeautjes uit en de juf moest bij Sint op schoot!

In de klas lagen weer appeltjes van oranje op het tafeltje in de kring en was er voor iedereen lekkere speculaas.

Het was een fantastisch feest. Een sinterklaasfeest als vanouds!

Maandag maar eens kijken waar ik de doos met kerstspullen ook weer had neergezet.

 

IMG_4480

Koekenbakkers.

De kinderen in mijn kleutergroep spelen al een paar weken met veel plezier in het ‘pannenkoekenrestaurant’. Na de herfstvakantie zijn we in alle kleutergroepen begonnen met dit thema. Samen met de kinderen hebben we het thema de afgelopen weken vormgegeven. Het spel breidt zich steeds verder uit. Begonnen we met één tafeltje met een kleedje en 2 bordjes, inmiddels is er een keukentje waar de pannenkoeken gebakken worden, hebben we een stapel ‘net-echte’ pannenkoeken (geknipt uit lapjes lichtbruin leer), 3 kleine koekenpannetjes, zijn er 2 tafels met stoelen, met kleedjes en kaarsjes, kun je bellen naar het restaurant om te reserveren, afrekenen bij de kassa, liggen er zelfbedachte formulieren waar reserveringen opgeschreven worden en zijn er notitieblokjes om de bestelling van de gasten te noteren.

En als altijd is er weer veel te leren! Motorische vaardigheden bijvoorbeeld.

Er worden servetten gevouwen, deze weken zijn ze rood natuurlijk en maken we er mijters van! In de keuken gooit de kok pannenkoeken in de lucht én vangt hij ze (meestal) weer netjes op in de koekenpan. In het restaurant steekt de ober de kaarsjes aan door middel van een mini-schuifje aan de onderkant en probeert hij het dienblad met één hand vast te houden terwijl er borden en glaasjes op staan. Intussen hebben de gasten het druk met het netjes oprollen van hun pannenkoek.

En verder worden er tafelkleedjes opgevouwen en uitgeklopt, vloeren geveegd en gemopt, zet de ober krabbeltjes op een ‘bestelbriefje’, roert de kok in de beslagkom en zoekt de klant bij de kassa naar muntjes in zijn portemonnee. En bovenal wordt er net als altijd heerlijk en vol overgave gespeeld en genieten de kinderen volop van dit smakelijke thema!

 

Een letter in de lucht!

IMG_3475

“Juf! Een letter in de lucht!”

Eén van mijn favoriete uitspraken is : “Als je goed kijkt, ligt het onderwijs voor het oprapen!”

Vandaag echter hing het in de lucht. En het was druk in de lucht. Van achter de kantoorpanden naast ons schoolplein zagen we vanaf Schiphol vliegtuigen opstijgen. Hoog in de (koude) lucht trokken andere vliegtuigen steeds opnieuw lange strepen. 

Al snel werden de strepen opgemerkt door een aantal kinderen: “Juf! Een letter in de lucht!”

Wat volgde waren gesprekken waarin kennis werd gedeeld, ervaringen werden uitgewisseld, meningen werden verkondigd. Er werd geleerd van en met elkaar. Geleerd met wat er voor handen was: de blauwe lucht en de vliegtuigen die overvlogen.

Waar vliegen die vliegtuigen eigenlijk naar toe? Naar Amerika, Marokko en Dubai, dat was wel zeker! Maar in welke richting werd gevlogen, naar links of naar rechts? Of toch van boven naar beneden? ’t Is maar net hoe je het bekijkt.

Je hebt lange strepen, smalle en brede, maar ook dikke en dunne. Ongemerkt passeerden vele andere (reken-)begrippen de revue: ver weg, dichtbij, hoog, laag, snel, langzaam, boven, beneden. En natuurlijk bleven de letters in de lucht niet onbesproken. Want een ‘x’ kan ook een kruis zijn!

Zoveel te leren op een gewone dinsdagochtend op een schoolplein in Amsterdam. Ik hou ervan!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Niks doen

De meeste van de 5 ochtenden in mijn kleutergroep starten in de zogenaamde ‘kring’. De kinderen druppelen vanaf 08:15 één voor één binnen en nemen plaats op de bankjes die als een permanente kring in ons lokaal staan. Elk kind heeft een eigen plek. Omdat de kleuters bij ons op school geen eigen tafel en stoel hebben, kies ik hier bewust voor. Vooral de jonge kleuters hechten aan een eigen plek, dat voelt vertrouwd en veilig.

Om half 9 gaat de deur van het lokaal dicht en begint onze dag. De dag ligt voor ons, een dag vol mogelijkheden, kansen, leermomenten en oneindig veel meer.

Van alle kanten wordt mij steeds op het hart gedrukt dat ik mijn tijd met de kinderen, de zogenaamde onderwijstijd éffectief moet besteden, geen minuut mag onbenut. Bestuurders ver weg van de werkvloer wijzen mij en mijn collega’s daar graag op. Liever nog komen ze dit regelmatig controleren of sturen ze de inspectie op ons af om dit klusje te klaren.

En daarom worden wij, bevlogen, ervaren, gedreven vakmensen uit het onderwijs, geacht onze tijd niet te verdoen met met niks doen, aanrommelen, lanterfanten en lummelen. Dat zou namelijk niet effectief zijn!

Strakke logboekplanningen, handelingsplannen, groepsplannen, niets mag aan het toeval overgelaten worden. Alles moet voorgekauwd, besproken, geëvalueerd, getoetst, geanalyseerd en natuurlijk vastgelegd worden. Dat mij het plezier in mijn werk hierdoor regelmatig ontnomen wordt en al dat geplan mij soms écht tot wanhoop drijft, speelt allemaal geen rol.

Hoe lastig ook, ik probeer me niet meer te laten leiden door deze gekte. Dus doe ik het hoogst noodzakelijke en ben ik verder graag ‘ongehoorzaam’. En dan vooral ’s ochtends van 8:30 tot een uurtje of 9:00!

In die tijd wordt er gelummeld en gelanterfant en verdoen mijn kleuters en ik onze tijd met aanrommelen en ‘niks doen’. Er zijn eigenlijk geen afspraken, of misschien toch één: iedereen blijft ín de kring. Want ondanks dat iedereen maar ‘wat doet’, is het wel een heel duidelijk groepsgebeuren.

Een beter begin van de dag kan ik me niet voorstellen!

IMG_3118

Het informatieboekje van Sprookjeswonderland is populair in de dagen na het schoolreisje.

Want wat gebeurt er elke keer weer veel tijdens al dat niks doen. Er is voor mij als leerkracht steeds zoveel te zien en te horen, dat is in geen logboek-planning te vangen!

Vandaag wordt er gekeken in prentenboeken, sommige kinderen alleen, anderen met z’n tweeën of drieën of soms met nog meer kinderen tegelijk. Intussen wordt er gesproken over de illustraties in het boek, voorspellen kinderen aan de hand van de illustraties hoe het verhaal zal verder gaan of afloopt. Kinderen met een grote woordenschat brengen ongemerkt hun kennis over.

Anderen zitten rustig op hun plek. Ze observeren. Ze observeren hun klasgenoten, het groepsgebeuren, en mij, hun juf. Er is veel te zien en te leren, ook als je gewoon even stil zit en niks doet.

Iemand heeft een nieuw ‘Hello Kitty-horloge’ en er volgt een gesprekje tussen 2 kinderen over klokkijken, cijfers en de tijd. Naast allerlei rekenvaardigheden, worden ook tal van gespreksvaardigheden geoefend: eigen ervaringen verwoorden, elkaar laten uitspreken, initiatief nemen, vragen stellen, ingaan op wat de ander zegt.

IMG_3114

De rijdende koelkast.

Buiten stopt een kleine vrachtwagen die niet onopgemerkt blijft. Het blijkt de man van de schoolmelk te zijn. Nauwlettend volgen enkele kinderen de handelingen van de man. Het is geen gewone vrachtwagen, het is een soort rijdende koelkast! De dozen met pakjes melk zet hij op een ‘ding met wieltjes’ want zoveel melk is natuurlijk veel te zwaar om te tillen.

Of we nog buiten gaan spelen wil iemand weten. Naar buiten kijkend komen we tot de conclusie dat het wel erg donker is. Zou ’t gaan regenen? “Kijk even op je telefoon juf, bij de weer-app!” We bekijken de voorspelling van weeronline en een gesprek over voorspellingen, regen, opklaringen, buien, weercijfers, donkere wolken, herfstachtig en zomers weer volgt.

En verder leest iemand in een AVI-leesboek, bekijken 2 kinderen de plattegrond van Sprookjeswonderland (vorige week ging de schoolreis hier naartoe), zijn er een paar tijdens een gezellig kletspraatje aan het vingerhaken (fantastische motorische oefening én nieuwe hobby van een aantal oudste kleuters), ontdekt iemand de Eiffeltoren op het T-shirt van een van de jongens (“Hé dat is in Parijs, daar was ik ook, met mijn vader en moeder!”), voer ik nog even de absenten in en open mijn (digitale) logboekplanning om te kijken wat voor effectiefs ik voor de rest van de dag verzonnen heb.

Op het Hello-Kitty-horloge zag ik namelijk dat het al bijna 9 uur is, genoeg gelummeld, gelanterfant, aangerommeld, we gaan wat doen!

IMG_3042

Vingerhaken is een serieuze aangelegenheid.

IMG_3106

Hoogste tijd om wat te gaan dóen!

 

 

 

 

 

 

 

 

We gaan naar buiten!

IMG_1584 IMG_1578

De zomer komt eraan! Eindelijk! En dan spelen we natuurlijk het allerliefst buiten. Maar ook in de afgelopen weken, toen het maar niet wilde zomeren, was ik veel buiten met mijn kleuters. Eigenlijk weerhoudt geen enkel weertype mij als kleuterjuf ervan, om elke dag met ze naar buiten te gaan, ’s ochtends en ’s middags. Het liefst zo lang mogelijk. Genieten van zon, frisse lucht, wind, ruimte, vrijheid. De speelplaats van onze school verdient niet echt een schoonheidsprijs. Een rechthoekig plein met stoeptegels en een halfhoog hek, een vierkante zandbak met betonnen rand, wat hysterisch gekleurde en nauwelijks te vernielen klimobjecten, 2 betonnen bankjes en een armetierig berkenboompje dat het zowaar lijkt te gaan redden tussen al dat beton en stoeptegels. Het plein ligt aan een drukke straat, vlakbij een kruispunt, streekbussen komen meerdere keren per uur voorbij. En regelmatig passeren er ambulances op weg naar het Slotervaartziekenhuis. Ook liggen we op de route naar de extra beveiligde rechtbank in Osdorp waardoor er af en toe geblindeerde auto’s met zwaailichten in colonne de kruising over racen. Onze buren, een middelbare school met pubers die tijdens tussenuren en pauze’s langs ons plein slenteren met zakken chips en redbull, maken het schoolplein er niet idyllischer op.

En toch ben ik graag buiten!

Ooit, op mijn eigen school, heb ik een fantastisch schoolplein! En spelen we elke dag buiten, weer of geen weer. Laarzen en regenpakken liggen voor het grijpen. En gaan we wat mij betreft één dag in de week de hele dag naar buiten, met z’n allen, met de héle school. Dan gaan we naar het Amsterdamse Bos, De Nieuwe Meer, naar Waterland, Het Ruige Westen, De Natureluur in het Sloterpark en naar al het andere groen in en rondom Amsterdam. Er is genoeg!

Voor nu maak ik het leuk op ons eigen betegelde plein en doen we het met wat er is. En maak ik van ‘niets’ iets. Het is soms zo eenvoudig. Je geeft ze bekertjes water, (oude) kwasten en verfrollers en ze gaan ‘schilderen’: de muren, de stoeptegels, de lelijke betonnen rand van de zandbak, maken patronen op de stoeptegels, schrijven hun naam, trekken hun handen om. En als de zon schijnt kun je eindeloos opnieuw beginnen met je schilderwerk! Soms geef ik er stoepkrijt bij waardoor het spel meteen weer een nieuwe impuls krijgt. Of ik teken een spiraal op één van de in mijn ogen foeilelijke betonnen zitelementen op het plein. Met een krijtje of een kwast met water, of met allebei, toveren de kinderen die lelijke dingen ineens om in prachtige kunstwerken en geniet ik van al het moois. Letters, cijfers, een bloem, ik geef een voorzetje en dan gaat de rest vanzelf.
Hetzelfde principe, een voorzetje geven, geldt ook voor het bouwen van hutten. Ik span een touw tussen het pieterige berkenboompje en het hek, zet er een mandje wasknijpers bij, hang een oud laken over het touw en de rest gaat weer vanzelf.

En dan kan ik daarna, zoals het een echte kleuterjuf betaamt, even op mijn stoel van het zonnetje genieten. Tenminste… als ik geen scheidsrechter bij het voetbal hoef te zijn, de bal niet over het hek is geschopt, iedereen fijn doorspeelt zonder ruzie, niemand met zand gaat gooien, geen kinderen in hun broek plassen, niemand valt, alle veters gewoon gestrikt blijven en ik niet hoef te draaien bij het touwtje springen. Pas dan kan ik even rustig op mijn stoel zitten. Misschien.

Buiten spelen, ik hou ervan!

IMG_7513

IMG_0261

Spiderman doet citotoets!

Het zit erop! De toetsweken zijn voorbij.
Ooit heeft iemand verzonnen dat het zinvol is om (hele) jonge kinderen te onderwerpen aan toetsen. Want pas dán kun je precies weten hoe het met ze gaat, hoe ze ervoor staan, of ze slim zijn, onder de norm zitten, op welke gebieden je als school je onderwijs kunt verbeteren, “waar je op moeten inzetten” of je een goede school bent en in ons geval dus of we wel een een goede Voorschool zijn. Dat feit, dat we Voorschool zijn maakt dat de gemeente Amsterdam ons heeft verplicht al onze kleuters te toetsen.
Getallen, resultaten, meetbaar en meer van dat soort zaken.
Inmiddels heb ik de strijdbijl wat dit betreft begraven, het bijltje er maar bij neergegooid, ben ik uit-geprotesteerd, gestopt met de hakken in het zand zetten: ik toets braaf al mijn kleuters.
Hoewel ik de toetsperiode echt het dieptepunt van het schooljaar vind, heb ik me de afgelopen 2 weken toch enorm geamuseerd tijdens het toetsen.

Hoe het gaat.

Om te beginnen is het onmogelijk alle 28 kleuters tegelijk te toetsen. Want naast dat je de vragen moet voorlezen, heb je het ontzettend druk met de randvoorwaarden. Zoals daar zijn het oprapen van potloden, punten aanslijpen (want die breken af als je ze een keer of 5 laat vallen!), het oprapen van potloden en het oprapen van potloden!
En daarnaast hebben de groepen 1 en 2 ook nog verschillende toetsen dus kunnen ze hoe dan ook niet allemaal tegelijk.

Wij hadden de speelzaal omgetoverd tot ‘examenzaal’, voor elk kind was er een bankje met daarop een potlood en een kartonnetje. (Met dat kartonnetje bedekken de kinderen tijdens de toetsen de vragen die nog niet aan de beurt zijn.) Geen stoelen, lekker op hun knietjes voor ’t bankje, konden ze tijdens het toetsen ook nog een beetje hangen en wiebelen. Eerst ging ik met groep 2 naar de speelzaal. Ze klommen uitgelaten over de bankjes, renden rondjes, vochten om de beste plekken, gooiden potloden de lucht in en hadden er eigenlijk best zin in! De achterblijvers van groep 1 zette ik voor een dvd van Barbapapa samen met 4 meiden uit groep 8 die als oppas fungeerden.

In de handleiding van de CITO-toets staat precies beschreven wat en hoe vaak de leerkracht iets mag zeggen. Dus alle vragen, verhaaltjes, raadsels en andere instructies mogen maar 2x door mij herhaald worden. En da’s best jammer voor veel kinderen. Want soms moeten ze hun gevallen potlood van de grond rapen. Sommige kinderen moeten dat vaak doen, sommigen heel vaak. Of het potlood rolt zo ver weg dat zich moeten uitrekken waardoor per ongeluk het toetsboekje op de grond valt. Meestal is het boekje na oprapen dicht. Da’s jammer. Want welke kleuter vindt zelfstandig de juiste bladzijde terug en voegt weer in bij de juiste vraag? En oja, dat kartonnetje waarmee je de andere vragen moest afdekken, waar is dat nu weer gebleven?

Maar na een vraag of 4, 5 komen we op stoom. Bijna iedereen begrijpt “hoe het werkt”, er wordt best goed geluisterd naar de vragen die ik stel, snappen ze dat je een streepje onder het goede plaatje moet zetten, begrijpen ze het principe van het doorschuiven van het kartonnetje en kunnen ze hun plas nog best even ophouden! Knappe kinderen!

En toen was groep 1 aan de beurt.
Ze renden even uitgelaten als groep 2 de speelzaal binnen. Klommen ook over de bankjes, ontdekten dat ze er ónder pasten en vochten net als de groepers 2 om de beste plek.
Voor groep 1 gold hetzelfde principe als voor groep 2: boekje, potlood, kartonnetje, stil zijn, zitten blijven, luisteren, streepje zetten, kartonnetje doorschuiven, volgende vraag. Kortom: een onmogelijke klus. Een toetsboekje, een potlood, een leeg kartonnetje, je kunt er werkelijk van alles mee doen! Toetsen was voor de meeste van mijn 14 lieve, schattige, mollige 4 en 5-jarige kleuters maar bijzaak.

 

Er werd tussen de vragen door getekend op kartonnetjes, plaatjes ingekleurd, streepjes gezet door het héle boekje, onder het goede plaatje, maar ook onder andere leuke plaatjes. Je kunt kunstjes met je potlood doen, toch nog even verstoppertje spelen onder het bankje, een ander kind helpen “néé, je moet onder dát plaatje een streepje zetten”. En verder kun je tijdens zo’n toets languit op de grond liggen, weglopen van je plek, naar het raam lopen, naar de wc gaan, niezen met veel snot of gewoon geen zin hebben in toetsen! En toen ik even niet oplette zat ineens Spiderman aan een tafeltje. “Hé Spiderman! Jij ook hier? Goed opletten hoor en zet maar een streepje onder het goede plaatje, een stréépje hè!” Een van de jongetjes had een Spiderman-vest aan en daar bleek weer een soort Spiderman-masker aan vast te zitten. En dat moest op, nu, meteen! Dat toetst namelijk veel lekkerder!
IMG_1449

En als je dacht dat dit het was, dan heb je het mis. Want dit alles herhaalde zich voor elk kind nog 3x. Elke kleuter moet namelijk een taal en een rekentoets maken. Deze toetsen bestaan uit 2 delen, 4 toets-sessies voor elk kind. En voor mij dus 8 sessies! De eerste keer vonden de meeste kleuters het nog wel interessant maar na 2 sessies was de lol er voor de meesten meer dan af. Maar we hebben volgehouden, het is klaar, het is af, het is volbracht!

Inmiddels heb ik alles nagekeken, zijn de fouten geteld, de punten verdeeld en staan de resultaten keurig in het systeem en weet ik ongeveer net zoveel over mijn 28 kleuters als 2 weken geleden. De resultaten zijn een bevestiging van wat ik al wist. Niks nieuws onder de zon.

Maandag zijn we er weer, Spiderman en ik en de rest van mijn kleuters. En gaan we weer doen waar we goed in zijn. Spelen! Ik hoop dat de zon schijnt, gaan we buiten spelen!

IMG_1462

We spelen “parkje”.

IMG_0685 In de 9 weken tussen de voorjaarsvakantie en de meivakantie is het thema in alle kleutergroepen, “opgeruimd staat netjes”. Eind maart deden we mee aan de actie “Supporter van schoon”. Stadsdeel Nieuw West zorgde voor kinderbezems en afvalgrijpers én voor stoere vuilnismannen die na afloop met hun vuilniswagen bij school stonden zodat we al het vuil zélf in de wagen konden gooien.
Later speelden de kinderen op school na wat ze in het park hadden gedaan: met de afvalgrijpers en bezems werden de gang en het klaslokaal steeds grondig van alle vuil ontdaan. En er moest natuurlijk een park komen, om “parkje te spelen”! Het park is er inmiddels, met groene matten, bloemen van Duplo, een bankje en een prullenbak gemaakt van de grote blokken en ook de vlag van Supporter van schoon hangt er. En nu wordt er elke dag “parkje gespeeld”: picknicken en daarna lekker je rommel achterlaten zodat je aan de slag mag met de afvalgrijper. Of de prullenbak wordt opnieuw gebouwd omdat iemand die onhandig langs liep, de boel liet instorten.
En toen, op vrijdagochtend, lag er opeens een hondendrol in het park!

IMG_0624 Na deze ontdekking ontstond er een mooi gesprek over poep aan je schoen en wie dat schoon moet maken “mijn moeder doet dat, met een stokje”, waarom honden zomaar op het gras poepen en of dat eigenlijk wel mag. Iemand wist dat er in het park “van die borden staan met zo’n hondje met een streep, een schuine!”

IMG_0691

Groot enthousiasme en veel animo voor het maken van zo’n bordje.
Aan het eind van de ochtend was ons park weer poepvrij “je moet het opruimen met een speciaal zakje” en stond er een mooi bord, net zoals in het echt. Nu nog hopen dat de hondenbezitters zich hieraan houden! En wat doen we als er toch nog poep in het park ligt? En zou de hulphond van een van de ouders nog wel naar binnen mogen? Nog zoveel te vragen te stellen, nog zoveel te ontdekken, wij spelen nog wel even “parkje”!