Appeltje voor de dorst.

Elke donderdag is het ‘fruitdag’ bij ons op school. Een goed begin om kinderen een gezond pauzehapje te laten eten. Bij mij in de groep nemen steeds meer kinderen élke dag fruit mee. En dan bij voorkeur een appeltje. Een hele en ongeschild, gewoon een appeltje.

De reden van al die appels is eenvoudig: juf heeft een appelschilmachine! De machine schilt de appel, haalt het klokhuis eruit en tovert de appel om in een mooie spiraal. En zo smaakt die appel natuurlijk extra lekker!

Broertjes en zusjes van oud-leerlingen weten het al: juf Mariska schilt je appel. De andere leerlingen moeten soms meer hun best doen om hun ouders te overreden om een appel mee naar school te krijgen! Zo aan het begin van het nieuwe schooljaar komen er regelmatig ouders bij me met de vraag of het echt mag, zo’n ongeschilde appel. En het mag, graag zelfs!

Natuurlijk zorgt het schilmachientje  ook voor mooi lesmateriaal. Want hoe werkt die machine nou precies, zitten er messen aan en waar zitten die messen dan? Wat zijn die spetters tijdens het schillen? Nieuwe woorden worden geleerd: schillen, snijden, klokhuis, steel, kroontje, sap, vruchtvlees, schijfjes, spiraal. En inmiddels weten ze allemaal wat appelwangen zijn en dat een appelschil wel meer dan een meter lang kan zijn.

Elke dag een mand vol appels. Elke dag een klas vol kleuters die graag een appeltje eten. Lang leve mijn schilmachine!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Klaagvrije maandag

“Het is morgen ‘klaagvrije maandag'”, zei een vriendin zondagavond. Het leek me een mooie uitdaging met de voorspelde langdurige regen voor deze maandag.

Vanochtend op school schreef ik het op het memobord in de teamkamer. Een beetje als grap maar toch zette het bericht de toon! We klagen niet vandaag, wat een goed idee!

“Succes hè!”wensten we elkaar toe toen de bel ging en ieder naar z’n eigen groep liep. En terwijl ik naar mijn kleutergroep liep bedacht ik ineens dat ik het ook gewoon met de kinderen ging doen.

Nadat alle ouders weg waren vertelde ik dat het ‘klaagvrije maandag’ was. Verwachtingsvol keken 26 kleuters mij aan. Ik legde uit wat klagen was (geen enkele kleuter wist wat het was!) en ook het begrip ‘vrij’ in deze context behoefde extra uitleg.
Maar al snel was het ze helemaal duidelijk en was iedereen enthousiast!

Meteen na dit gesprek kondigde ik een wijziging in het dagprogramma aan. Omdat het zo vreselijk regende stelde ik voor om te wachten met buiten spelen (lievelingsactiviteit van de meeste kleuters) tot een later moment op de dag. “Hier moeten we dan maar klaagvrij mee omgaan!” zei ik er snel achteraan. Dat bleek gelukkig geen probleem!

De kinderen bedachten allerlei alternatieven. We konden naar de speelzaal gaan en daar eindelijk weer eens een dansles doen, of we gaan gewoon héél lang ‘kiezen’ of twéé keer ‘kiezen’, ideeën genoeg. “Het geeft niet dat het regent we verzinnen gewoon leuke dingen die we alleen binnen kunnen doen juf!”

So far so good.

Maar hoe ga je klaagvrij om met een ander kind waar je last van hebt? Een kind dat tegen je aan hangt terwijl je in de kring zit. Of wanneer iemand zomaar iets van je afpakt, iets onaardigs zegt of jou niet wil helpen met het dichtknopen van je blouse na de dansles?

Erover klagen bij de juf mag niet, want ’t is een klaagvrije dag. Maar wat dan wel? Steeds als er een kind bij me kwam om te klagen, gaf ik de tip het probleem positief aan te pakken. Spreek met een vriendelijke stem, zet je klaagvrije gezicht op en vertel duidelijk waar je last van hebt en wat je van de ander verwacht.

Het werkte! Het werd ondanks dat we de hele dag binnen bleven (het blééf maar regenen!) en iedereen wat onrustiger was dan normaal, een hele gezellige dag.

Ook ik probeerde alles wat er op míjn pad kwam zo positief mogelijk te benaderen. Klagen over de omgevallen kralenplank of het potje spijkertjes van hamertje-tik, over een broekplasser of mijn koude koffie is zinloos als kleuterjuf, dat doe ik dus al jaren niet meer. Bij alle andere beklagenswaardige zaken kwam het er eigenlijk op neer dat ik steeds constateerde wat er gebeurde maar er niet over oordeelde. Kinderen wel aansprak wanneer er iets gebeurde wat niet hoorde maar er niet over mopperde. Hoewel het positief benaderen van kinderen en alles wat daarbij hoort in de groep eigenlijk een soort vanzelfsprekendheid voor me is, was het toch leuk om er een dag extra bewust mee om te gaan.

Maandag 29 augustus is de volgende klaagvrije maandag las ik op Facebook, de eerste dag van het nieuwe schooljaar. Wij doen weer mee hoor! En de kans is groot dat ik in de tussentijd zélf nog een paar vrije klaagvrije dagen organiseer!

 

 

 

 

 

 

 

 

2…4…6…

 

 

Wat is het toch fijn om met ‘niets’ je werk te doen! Of je werk te doen met wat toevallig voor handen is. Met ‘niets’ een rekenles te geven, met ‘niets’ kinderen bepaalde vaardigheden en inzichten bij te brengen. Gewoon goed kijken wat er is, zien wat er gebeurt en aanvoelen waar je als leerkracht in het spel van de kinderen kunt ‘invoegen’.

Afgelopen week speelden de kinderen met doeken en kleden op het plein. Op het kleed mogen je schoenen uit is de afspraak. De kinderen hadden een spel bedacht waarbij ze om de beurt op het kleed mochten springen. Ze hadden hun schoenen daarvoor in een lange rij voor het kleed gezet. Stonden jouw schoenen vooraan? Dan was je aan de beurt. Telkens als er iemand geweest was, werd het voorste paar schoenen achteraan gezet en schoven ze alle andere paren een stukje naar voren.

Een spel waar ze een tijdje helemaal in op gingen. Naast dat het een leuk spel was, was het ook een mooie rekenles. Tellen in sprongen van twee!

Ik voegde in en hielp met het doorschuiven van de schoenen. Ik merkte op dat er veel schoenen stonden en vroeg me af hoeveel het er zouden zijn. Het werd direct voor me uitgerekend. Voor de zekerheid, omdat iedereen het graag heel zeker wilde weten, telde juf het nog even na. In sprongen van twee natuurlijk!

Ook deze manier van tellen moest gecontroleerd worden. Toen de kinderen nogmaals alle schoenen telden, steeds opnieuw begonnen als ze zich hadden vergist, ze elkaar corrigeerden en ondersteunden, was het voor mij tijd om weer uit te voegen!

 

 

 

 

 

 

 

Nail art

Onze ‘openlucht-nagelstudio’ was vanwege het prachtige weer van de afgelopen dagen weer geopend! Een beetje stoepkrijt, water en een kwastje is alles wat een nagelstylist nodig heeft om tot echte ‘nail art’ te komen!

 

In de snoepwinkel.

 

In mijn groep spelen de kinderen graag met klei. Klei zoals je die in elke kleuterklas kunt vinden: twee kilo kleurige klei-worstjes in een rond emmertje, “goed kneedbaar en verhardt niet”!

Vier kilo klei per schooljaar. Bij de start van het nieuwe schooljaar en na de kerstvakantie staat er een nieuwe emmer met frisse kleurige worstjes klaar in de kast!

Een kleuterklas zou er uit moeten zien als een snoepwinkel las ik een tijdje terug in een artikel over kleuteronderwijs. Een mooie vergelijking.

En al kijkend naar de kleuters die in mijn groep met klei spelen zie ik inderdaad niets anders dan snoep, taartjes, lolly’s en ander lekkers. Gepresenteerd op ‘zilveren’ schaaltjes uit de kringloopwinkel, gebakken in een klein speelgoed-oventje, versierd met behulp van kleine stokjes, steentjes of schelpjes.

Af en toe haal ik wat accessoires weg en voeg nieuwe toe, bijvoorbeeld parapluutjes, verjaardagskaarsjes, veertjes, (gelamineerde) ‘taart-onderleggers’,  ronde of hartvormige onderleggers en verschillende bakvormen.

Zo is er elke dag volop lekkers te verkrijgen in onze snoepwinkel. En meestal helemaal gratis!

 

Deze diashow vereist JavaScript.

 

 

Deze diashow vereist JavaScript.

 

 

Hutten bouwen wordt techniekles.

Al een paar dagen zijn tijdens het buiten spelen de lappen en doeken weer in trek. Samen met 2 springtouwen ontstaan er iedere buitenspeeltijd weer andere hutten.

De eerste dag moesten we het zonder wasknijpers doen. Wel lastig, maar niemand liet zich er door weerhouden.

Op dinsdag bracht een collega 50 nieuwe wasknijpers mee. Fijn! Dat bouwt toch een stuk sneller en makkelijker!

Wel jammer dat ze zo snel stuk gaan. Al gauw hadden we geen 50 wasknijpers maar 100 halve wasknijpers en 50 ijzertjes! Ik wilde ze al bijna weggooien onder het mom van “goedkope dingen”, maar gelukkig zag mijn collega er een lesje techniek in!

Samen deden we voor hoe je van 2 halve knijpers en een ijzertje weer een héle wasknijper maakt. Een pittige klus! Maar met doorzettingsvermogen en af en toe een klein beetje hulp kregen sommige kleuters het tóch voor elkaar. En nu begint ‘hutten bouwen’ dus steevast met dit technische klusje.

Dankjewel collega voor deze nieuwe impuls!

Deze diashow vereist JavaScript.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Pareltjes aan het schoolhek.

Kleuters die zich verwonderen. Ze doen het de hele dag door. Het is zoiets vanzelfsprekends voor jonge kinderen. Soms valt hun verwondering mij ineens weer extra op. Zoals afgelopen week tijdens het buitenspelen in de kou. Aan het lange schoolhek hingen rijen druppels te glinsteren in de ochtendzon. Een paar kinderen die in de buurt van het hek speelden hadden ze ook zien hangen en raakten de druppels aan zodat ze op de grond vielen.

Even later liepen dezelfde kinderen ineens heel behoedzaam en met een uitgestoken vinger heen en weer.

Toen ik kwam kijken zag ik dat ze met hun vingers steeds heel voorzichtig één druppeltje aanraakten. En als je dat maar voorzichtig genoeg deed, bleef zo’n druppel als een pareltje op je vingertop liggen.

Vol verwondering bleven ze zo nog een tijdje in de weer met de druppels. Letterlijk en figuurlijk mooie pareltjes aan het schoolhek!

Deze diashow vereist JavaScript.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Rekenlessen in de garderobe.

Gewone alledaagse lesjes verpakken in spel. Een van de leukste uitdagingen in mijn werk als kleuterjuf.

Het spel van de afgelopen week was er weer een prachtig voorbeeld van! Op de gang voor ons lokaal hadden we een paar dagen geleden een museum ingericht. Ons thema ‘Ik ben een kunstenaar’ leverde genoeg materiaal op om een eigen museum te beginnen.

Een kassa-hoekje met kassa en pinautomaat, tickets (de échte van het Van Goghmuseum die we zorgvuldig hadden bewaard na ons bezoek van een paar weken geleden!) en wasknijpers, notitieblaadjes, een stempelkussen en de cijferstempels van 0 tot en met 9.

In het Van Goghmuseum lieten we onze jassen namelijk achter in de garderobe en ontvingen daarbij het bijbehorende retourbonnetje. En precies dat wilde ik ook in ons museum. In dat spel kon ik namelijk heel eenvoudig een paar rekenlesjes verstoppen.

Bij het introduceren van het museumspel bespraken we hoe het ook weer ging in het Van Goghmuseum en hoe wij de garderobe in ons museum zouden vormgeven.

Er moesten bonnetjes gemaakt worden, steeds twee met hetzelfde getal erop. De ene zou met een wasknijper aan de jas bevestigd worden en andere bon moest aan de bezoeker gegeven worden met de mededeling “deze bon heel goed te bewaren”!

Gisteren en vandaag was de rij voor de kassa van ons museum lang. Er ging behoorlijk wat tijd zitten in het stempelen van twee dezelfde bonnetjes en ook het bevestigen van het bonnetje aan de jas was nog een hele klus! Maar alle bezoekers wachtten geduldig en toen eindelijk alle jassen netjes genummerd in de garderobe hingen (gewoon onze eigen kapstok) konden de zelfgemaakt kunstwerken bewonderd worden!

Bellen met de staatssecretaris.

Vanavond is er op NPO2 bij Monitor een documentaire te zien over de werkdruk in het basisonderwijs. Interessant dus. Vooral de woorden van Sander Dekker.

In begeleidende tekst staat onder andere dit:

“Leraren vertellen ons dat de administratiedruk van bovenaf wordt opgelegd en dat ze daar niet zomaar onderuit kunnen. Onze vraag aan Dekker is dus: Stel dat je als leraar besluit vanaf dit moment geen administratieve handelingen meer te doen die jij als overbodig ervaart. Dan zal menig leraar toch in conflict komen met de directie of het bestuur van zijn of haar school? En wat doet Dekker daaraan? Sander Dekker: ‘Als zo’n leraar een goed verhaal heeft dat het geen enkele bijdrage levert aan goed onderwijs, dan heeft hij aan mij een goede als het gaat om steun.”

Ik zou zó graag doen wat Sander Dekker zegt en onmiddellijk stoppen met al die overbodige administratie! Als het aan mij ligt begin ik morgen. En hoewel ik het volledig met hem eens ben denk ik stiekem ook: die Sander heeft makkelijk praten!

Wát als ik het echt doe? En over een maand een beoordelingsgesprek heb en ik op administratief gebied wellicht niet heb gedaan wat mijn schoolbestuur van mij vraagt, maar wel dagelijks doe wat ik al tijden doe: prachtig en zinvol kleuteronderwijs verzorgen? En over een tijdje? Als de inspectie weer komt en hoogstwaarschijnlijk direct vraagt naar onze administratie? Want dat is namelijk wat ze altijd doen: éérst kijken of je je administratie op orde hebt. Kan ik dan echt op zijn steun rekenen?

Hoe gaat zoiets? Heeft iemand zijn nummer? Want ik bel! En ik zou het enorm tof van hem vinden als hij mij daadwerkelijk komt steunen, bij voorkeur in eigen persoon. Je bent van harte welkom Sander Dekker!

Maar eerst zit ik vanavond om vijf over half elf voor de televisie om op NPO2 de documentaire van ‘Monitor’ te bekijken. Ik ben benieuwd naar het hele verhaal.

http://demonitor.ncrv.nl/onderwijs/staatssecretaris-dekker-leraren-stop-met-overbodige-administratie